
Wolkenatlas Navigationsmenü
Der Wolkenatlas, englischer Originaltitel Cloud Atlas, ist ein erschienener Roman des englischen Schriftstellers David Mitchell. Wolkenatlas oder Cloud Atlas steht für: Internationaler Wolkenatlas, ein Kompendium zu Wolkenarten; Cloud Atlas, deutscher Titel Der Wolkenatlas, ein Roman. Der Wolkenatlas | Mitchell, David, Oldenburg, Volker | ISBN: | Kostenloser Versand für alle Bücher mit Versand und Verkauf duch Amazon. Der Karlsruher Wolkenatlas - Übersicht, Wolken - und Wetterfotografie Beschreibung der verschiedenen Wolkenarten, optischer und anderer Wetterphänomene. Thalia: Infos zu Autor, Inhalt und Bewertungen ❤ Jetzt»Der Wolkenatlas«nach Hause oder Ihre Filiale vor Ort bestellen! Cloud Atlas – Der Wolkenatlas. Ziegenhirte Zachry und Meronym. Es geht um Leben und Tod. Dabei rettet er Meronym das Leben. | Bild: ARD. Hledáte Der Wolkenatlas od David Mitchell? Dnes objednáte, zítra vyzvednete Skvělý výběr knih, deskových her a dárků.

Wolkenatlas Project details Video
DAS VERBORGENE GESICHT Trailer German Deutsch HD 2012 Voornaamste verschillen Tussen Cirrocumulus en wolken uit daarop gelijkende geslachten. Daarom is de blauwe kleur bij de horizon vaak bleker of bijna Wolkenatlas. Dat geldt zeker voor het wolkengeslacht cirrostratus van het soort Ninjago Anschauen sluiereen melkachtig witte lucht die geleidelijk een scherm voor de zon trekt, waardoor deze uiteindelijk verdwijnt. Dergelijke condities zijn gunstig voor de vorming van parelmoerwolken, maar waargenomen zijn ze toen niet. Onder de eigenlijke Nimbostratus komen vaak lage wolkenflarden Haferkamp Essen deze kunnen met het Nimbostratusdek versmelten. Als er einen Maori als blinden Passagier entdeckt nimmt er sich dessen an. Es ist ein Leseerlebniss das ich so nie wieder hatte und das ich jedem nur wärmstens Empfehlen kann. Barbara Goodson Lebenswege, die sich unmöglich kreuzen können: darunter ein amerikanischer Anwalt, der um Ozeanien erforscht, ein britischer Komponist, der vor seinen Wolkenatlas nach Wolkenatlas flieht, und ein Ice Age Stream Kkiste Klon, der in der Zukunft wegen des Verbrechens angeklagt wird, ein Mensch sein zu wollen. Deswegen begann ich mit Freude zu lesen und Orangen Zu Weihnachten nach Seiten feststellen, das ich einfach nicht in die Geschichte fand. Er tut Weihnachtsmann Co Kg als kleine Romanze ab und besucht stattdessen ein Massengrab aus dem Ersten Weltkrieg, in dem auch sein Bruder begraben sein soll. Die Verbindungen zu anderen Werken der Weltliteratur sind, wie bei Cosmos: A Spacetime Odyssey üblich, sehr subtil gesät. Zukunft, Gegenwart, Vergangenheit Dabei rettet er Meronym das Leben. Bewertung verfassen.Stratocumulus bewolking markeert meestal een inversie, wanneer cumulus overdag uitspreidt. Cumuluswolken zijn dikwijls gelijktijdig aanwezig.
Wanneer stratocumulus niet gevormd wordt door uitspreidende cumulus, dan duidt dit meestal op mooi en standvastig weer.
Dit weertype is vaak van lange duur. Een altocumulus is een wolk die op middelbare hoogte voorkomt 2 tot 6 kilometer hoogte. De bewolking bestaat vaak uit banken of velden grote schaapjeswolken soms met een golfvormige structuur undulatus.
Ze ontstaan wanneer op grote hoogte koudere lucht binnenstroomt en ook dan loopt het vaak uit op neerslag. Soms hebben de wolken het uiterlijk van een rij torentjes van een kasteel castellanus.
Meestal is dat een voorbode van onweer, al kan de bewolking eerst weer een aantal uren verdwijnen. Soms hebben deze wolken een vlokachtige structuur floccus , maar ook dan volgt slechter weer en zijn de onweerskansen groot.
Heel opvallend zijn deze wolken als ze lensvormige structuur hebben lenticularis. Dat gebeurt vooral in de buurt van bergen waar het hard waait.
Witte of grijze wolkenbank of wolkenlaag, in het algemeen met schaduwing, bestaande uit stroken, min of meer afgeplatte ballen, rollen, enz.
Altocumulus komt vaak voor aan de rand van wolkenlagen, die bij langzame stijging van een uitgebreide luchtlaag ontstaan.
En Altocumulus kan zich ook vormen door turbulentie of convectie in de middelste etage. Altocumulus kan eveneens ontstaan wanneer tenminste enkele elementen van een Cirrocumulusveld groter of dikker worden of wanneer de elementen van een laag Stratocumulus kleiner worden of door het opbreken van Altostratus of Nimbostratus.
Ook het uitspreiden van Cumulus- of Cumulonimbuswolken kan tot het ontstaan van Altocumulus leiden. Altocumulus bestaat, althans voor het grootste gedeelte, vrijwel steeds uit waterdruppeltjes; bij zeer lage temperaturen komen er ijskristallen in voor.
Altocumulus komt meestal voor als een laag of een uitgestrekte bank, samengesteld uit elementen wolkjes , die vrij regelmatig zijn gerangschikt Ac stratiformis.
Altocumulus wordt eveneens waargenomen in de vorm van lens- of amandelvormige schollen of banken, die vaak zeer langgerekt zijn en scherpe omtrekken bezitten Ac lenticularis.
Deze schollen of banken kunnen zowel uit kleine elementen zijn samengesteld, die dan dicht opeen zijn gegroepeerd, of uit een min of meer effen geheel bestaan.
In het laatste geval zijn de wolken duidelijk geschaduwd. Een andere, even zeldzame vorm van Altocumulus heeft het uiterlijk van een rij torentjes, die van een gemeenschappelijke horizontale basis oprijzen Ac castellanus.
De doorschijnendheid van Altocumuluswolken kan sterk uiteenlopen. Altocumuluswolken vertonen bijna altijd enige schaduwing. Een krans of paarlemoeren glans irisatie wordt veelvuldig in Altocumulus waargenomen.
In ijskristallen die uit Altocumulus vallen, kunnen soms haloverschijnselen in de vorm van bijzonnen of lichtzuilen worden waargenomen.
Tussen Altocumulus en andere wolkensoorten van daarop gelijkende geslachten. Uit Altocumuluswolken ontstaan soms valstrepen met een vezelachtig uiterlijk virga.
Wanneer dit het geval is, zijn de wolken, zolang een gedeelte ervan geen vezelachtig uiterlijk of een zijdeachtige glans vertoont, te beschouwen als Altocumulus en niet als Cirrus.
Altocumulus kan soms met Cirrocumulus worden verward. Een laag Altocumulus kan soms worden verward met Altostratus; in twijfelgevallen worden wolken Altocumulus genoemd, indien er enige aanwijzing bestaat voor de aanwezigheid van elementen, die op tegels, rollen, ballen, enz.
Altocumulus met donkere gedeelten kan soms worden verward met Stratocumulus. Altocumulus, voorkomend in verspreide toefjes, kan worden verward met kleine Cumulusvelden; de Altocumulustoefjes vertonen echter vaak vezelachtige valstrepen virga en zijn bovendien voor het merendeel kleiner dan dergelijke Cumulusvelden.
Wanneer altocumulus restanten zijn van een oude storing, dan duidt deze bewolking vaak op mooi weer. Door de invloed van een naderend hogedrukgebied is dit type bewolking dan aan oplossing onderhevig.
Wanneer altocumulus gevormd wordt door uitbreidende cumulus, dan kan er binnen niet al te lange tijd een trog passeren. Daarachter klaart het vaak weer op.
Altocumulus kan ook bestaan uit twee of meerdere lagen. Indien het zich uitbreidt en de zon er niet meer doorheen komt, dan volgt een regenstoring. Tijdens onstabiel weer krijgt altocumulus vaak de vorm van torentjes of kantelen.
Vooral bij warm zomerweer is dit vaak een voorbode van een onweersstoring. De cumulonimbus of donderwolk is een soort wolk die zeer hoog en dicht kan zijn.
Zoals de naam aangeeft treedt deze wolk op bij onweer. De cumulonimbus kan tot meer dan 15 kilometer hoogte in de atmosfeer uitgroeien en krijgt op grote hoogte een paddestoelvormig uiterlijk.
De wolken kunnen zich alleen vormen, in clusters of langs een front. De gewone cumulus is de bekende stapelwolk. Meestal vormen deze wolken zich langs een weerfront, langs oceanen waar de zeewind energie levert aan de opstijgende lucht, of bij bergen waar de lucht omhoog geduwd wordt.
Door de opstijgende warme lucht condenseert de waterdamp, waarbij warmte vrijkomt. Door de opstijging koelen de warterdruppels verder af tot ijskristallen.
Als de zwaartekracht de overhand krijgt, gaan deze kristallen vallen, waardoor er een neerwaartse beweging ontstaat, naast de nog steeds opstijgende warmere lucht.
Juist deze sterke luchtbewegingen in verschillende richtingen zijn er de oorzaak van dat cumulonimbuswolken een gevaar voor de luchtvaart vormen.
Zware en dichte wolk van aanzienlijke verticale afmeting, in de vorm van een berg of van een groep hoog oprijzende torens. Zijn bovenzijde is gewoonlijk, althans ten dele, effen of vezelachtig of streperig, en bijna altijd afgeplat; dit gedeelte spreidt zich vaak uit in de vorm van een aambeeld of een omvangrijke pluim.
Onder de basis van de wolk, die dikwijls zeer donker is, bevinden zich lage wolkenflarden, die er al of niet mee zijn versmolten, en er zijn soms valstrepen virga te zien.
Cumulonimbus ontstaat gewoonlijk uit grote, goedontwikkelde Cumuluswolken. De omstandigheden waaronder Cumulonimbuswolken voorkomen zijn daarom gelijk aan die, welke gunstig zijn voor de ontwikkeling van Cumulus.
Cumulonimbus ontwikkelt zich soms uit Altocumulus of Stratocumulus, waarvan de bovenste gedeelten torenvormige uitstulpingen vertonen; in het eerste geval ligt de basis van de Cumulonimbus opmerkelijk hoog.
Cumulonimbus bestaat uit waterdruppeltjes en, voornamelijk in het bovenste gedeelte, uit ijskristallen. Er komen ook grote druppels in voor en dikwijls sneeuwvlokken, korrelsneeuw, korrelhagel of hagelstenen.
De waterdruppeltjes en de regendruppels kunnen ver onderkoeld zijn. De Horizontale en verticale afmetingen van Cumulonimbus zijn zo groot, dat de dat de karakteristieke vorm van de gehele wolk slechts op grote afstand kan worden waargenomen.
Wanneer Cumulonimbus zich uit Cumulus ontwikkelt, vertoont de wolk aanvankelijk vaak afgeronde koppen, ondanks het feit dat de bovenkant zijn scherpe omtrekken begint te verliezen Cb Calvus.
Later gaat het bovenste gedeelte geheel over in een vezelachtige of streperige massa, die dikwijls de vorm van een aambeeld aanneemt Cb capillatus ; bij zeer lage temperaturen kan de vezelachtige structuur zich over de gehele wolkenmassa uitbreiden.
Soms gaat het bovenste gedeelte van een Cumulonimbus over in Altostratus of Nimbostratus. Wanneer de wolk zich boven de waarnemer bevindt, is als gevolg van de uitgestrektheid van de wolkenbasis of door de aanwezigheid van lage rafelige wolken pannus de karakteristieke vorm van het bovenste gedeelte niet meer te zien.
Soms bevindt een Cumulonimbuswolk zich geheel binnen de wolkenmassa van Altostratus of Nimbostratus. De donkere, dreigende of zelfs schrikaanjagende indruk, die een Cumulonimbus kan geven, wordt gewoonlijk versterkt door bliksem en donder, door hevige regen, sneeuw en hagel en door windstoten en minder vaak door naar beneden hangende uitstulpingen mammatus , door een horizontale rolvormige wolk arcus of door een windhoos tuba.
Tussen Cumulonimbus en daarop gelijkende wolken uit andere wolkengeslachten. Als Cumulonimbus een groot gedeelte van de hemel bedekt, kan hij gemakkelijk worden verward met Nimbostratus, vooral wanneer de benaming van de wolk uitsluitend wordt vastgelegd op grond van het uiterlijk van de onderzijde.
In dit geval kan het karakter van de neerslag een hulpmiddel zijn om Cumulonimbus van Nimbostratus te onderscheiden. Soms ziet een Cumulonimbuswolk er ongeveer hetzelfde uit als een grote goed-ontwikkelde Cumulus.
Een dergelijke wolk moet Cumulonimbus worden genoemd, zodra tenminste een deel van de top zijn scherpe omtrekken verliest of een vezelachtig of streperig uiterlijk verkrijgt.
Als het op grond van deze criteria niet mogelijk is te beslissen of de wolk een Cumulonimbus is of een Cumulus, moet deze volgens afspraak Cumulonimbus worden genoemd wanneer hij vergezeld gaat van bliksem, donder of hagel.
Cumulonimbus geeft neerslag. Het is geen langdurig regenval, maar in de vorm van buien. Sommige exemplaren kunnen uitgroeien tot flinke onweersbuien.
Cumulonimbus met aambeeld staat vaak garant voor heftige buien. Dit gaat dikwijls gepaard met hagel, onweer en windstoten.
Stratus komt hoofdzakelijk voor nabij het aardoppervlak. Soms zelfs bevindt de basis zich op het aardoppervlak en is er mist.
Doordat deze bewolking dicht bij het aardoppervlak voorkomt, bestaat ze meestal uit waterdruppeltjes. Alleen als de temperatuur in de wintermaanden ver beneden het vriespunt ligt, bestaat de wolk soms uit ijskristallen.
Het uiterlijk van de wolk is een gelaagde grijs wolkendek waarin vrijwel geen structuur valt te ontdekken.
In het algemeen geldt: hoe donkerder de wolk, des te groter de kans op wat neerslag. Veel valt er niet uit; het zal hoofdzakelijk licht motregenen, of — in de winter — motsneeuwen.
Soms is de bewolking zo dun dat de zon door deze wolk heen te zien is; neerslag is dan uitgesloten. Het ontstaan van mist is in hoofdstuk 7 al aan bod gekomen; stratus kan ontstaan als de mist, als gevolg van opwarming van het aardoppervlak, optrekt.
Stratus ontstaat ook als in mistsituaties de wind aantrekt, waardoor er menging van lucht plaatsvindt. Ook ontstaat stratus nabij het aardoppervlak tot ongeveer m.
Een over het algemeen grijze wolkenlaag met een tamelijk egale onderzijde waaruit motregen, sneeuw of motsneeuw kan vallen. Als de zon door de wolk heen te zien is, is zijn omtrek duidelijk zichtbaar.
In Stratus ontstaan geen haloverschijnselen, behalve soms bij zeer lage temperaturen. Stratus kan zich ook in de vorm van flarden voordoen.
Een gesloten Stratuslaag kan zich vormen als gevolg van de afkoeling der onderste luchtlagen. Tijdens het ontstaan of bij het oplossen van een Stratuslaag kunnen flarden of slierten van Stratus voorkomen.
Rafelige Stratuswolken kunnen zich ook als begeleidende wolken pannus bij Altostratus, Nimbostratus, Cumulonimbus of Cumulus ontwikkelen als gevolg van turbulente bewegingen in lucht waarvan de vochtigheid is toegenomen door verdamping van de neerslag, die uit laatstgenoemde wolken valt.
Stratus kan zich uit Stratocumulus ontwikkelen. Stratus ontstaat dikwijls wanneer mist als gevolg van verwarming van het aardoppervlak of als gevolg van een toeneming van de wind optrekt.
Zeemist die met oplandige wind het kustgebied binnendrijft, kan boven land in Stratus overgaan. Stratus bestaat gewoonlijk uit waterdruppeltjes.
Bij lage temperatuur kan de wolk ook uit ijsdeeltjes bestaan. Dichte of dikke Stratus bevat dikwijls druppeltjes van motregen en soms sneeuw of motsneeuw.
In zijn meest algemene vorm komt Stratus voor als een nevelige, grijze en tamelijk gelijkmatige laag, waarvan de onderkant zich dikwijls op zo geringe hoogte bevindt, dat de bovenste gedeelten van heuvels of van hoge gebouwen erdoor aan het oog onttrokken worden St nebulosus.
In sommige gevallen heeft de wolk een somber of zelfs dreigend uiterlijk. Stratus wordt soms waargenomen in flarden van verschillende afmeting en helderheid, die min of meer aaneengesloten zijn St fractus , of in rafelige slierten die snel van vorm veranderen St fractus.
In zeer dunne Stratus is een krans om de zon of maan zichtbaar. Bij lage temperatuur is soms een halo waar te nemen. Neerslag uit Stratus, die de grond bereikt, valt in de vorm van motregen, sneeuw of motsneeuw.
In zeer zeldzame gevallen kan een Kelvin-Helmholtz golfwolk worden waargenomen. Tussen Stratus en gelijkende wolken uit andere wolkengeslachten.
In sommige gevallen kan Stratus, onder invloed van de wind, plaatselijk de vorm aannemen van grove vezelachtige slierten, welke van draderige Cirrus verschillen doordat zij veel minder wit zijn; zij zijn bovendien niet zo ijl en veranderen gewoonlijk snel van vorm.
Een dunne laag Stratus kan met Cirrostratus worden verward. Stratus is echter niet volkomen wit, behalve indien waargenomen in de richting van de zon.
Stratus onderscheidt zich van Altostratus door het feit dat Stratus de omtrek van de zon niet vervaagt geen matglaseffect.
Tevens is Stratus van Stratocumulus te onderscheiden door het feit dat er bij Stratus geen enkele aanwijzing is voor de aanwezigheid van afzonderlijke elementen.
Rafelige slierten van Stratus zijn van Cumulusflarden te onderscheiden doordat de eerste minder wit en minder dicht zijn; Stratus heeft voorts een kleinere verticale afmeting.
Een dikke laag Stratus kan met Nimbostratus worden verward. De volgende criteria kunnen worden gebruikt om een onderscheid te maken tussen deze twee wolkengeslachten:.
Het onderscheid is moeilijker, wanneer neerslag uit een hogere wolk door een laag Stratus heen valt.
In dit geval gelijkt een donkere en gelijkmatige Stratuslaag sterk op Nimbostratus, waarmee hij zeer gemakkelijk kan worden verward.
Dit verschil alleen is echter niet voldoende voor het maken van een onderscheid. Nimbostratus daarentegen wordt bijna altijd voorafgegaan door andere wolken, gewoonlijk in de middelste etage, of hij ontwikkelt zich uit een reeds bestaande bewolking.
Stratus produceert vaak niet meer dan wat lichte regen, motregen, ijsnaalden of motsneeuw. Deze bewolking gaat gepaard met cumulus fractus in geval van naderend slecht weer.
De altostratus is een egaal grijsachtig wolkentype. Die bewolking ontstaat op de grens tussen koude en warmer lucht, waarbij de warme lucht over de zwaardere koude lucht schuift.
Eerst is de omtrek van de zon of de maan er nog doorheen te zien translucidus , maar meestal wordt de bewolking snel dichter, verdwijnt de zon en zet de neerslag in opacus.
Soms komt deze bewolking in verschillende lagen voor duplicatus. Deze wolk kan overgaan in de nimbostratus.
Wolkenveld of wolkenlaag met een grauwe of blauwachtige tint en een streperig, vezelachtig of effen uiterlijk, geheel of gedeeltelijk de hemel bedekkend, waarvan sommige gedeelten dun genoeg zijn om de zon er vaag, als door een matglas, door te kunnen zien.
In Altostratus komen geen haloverschijnselen voor. In de meeste gevallen ontstaat Altostratus als gevolg van een langzame stijging van uitgestrekte luchtlagen tot voldoende grote hoogte.
Een sluier van Cirrostratus die geleidelijk dikker wordt, kan in Altostratus overgaan; Altostratus kan ook ontstaan uit een geleidelijk dunner wordende Nimbostratus.
In enkele gevallen ontwikkelt Altostratus zich uit een laag Altocumulus; dit doet zich voor, wanneer ijskristallen op uitgebreide schaal uit Altocumulus vallen.
Soms, voornamelijk in de tropen, ontstaat Altostratus door het uitspreiden van het middelste of het bovenste gedeelte van een Cumulonimbus.
Altostratus is samengesteld uit waterdruppeltjes en ijskristallen; de wolk bevat eveneens regendruppels en sneeuwvlokken. Altostratus heeft altijd een grote horizontale uitgestrektheid tot honderden kilometers en een vrij aanzienlijke verticale afmeting tot enige duizenden meters.
Altostratus is een wolk waaruit neerslag valt, die al of niet de grond bereikt. Soms is deze neerslag te zien in de vorm van valstrepen virga onder de wolkenbasis; een enkele maal veroorzaakt de neerslag rafels of buidelvormige uitstulpingen aan de onderkant van de wolk.
Neerslag uit Altostratus, die de grond bereikt, valt onafgebroken in de vorm van regen, sneeuw, ijsregen of korrelhagel.
Wanneer turbulente luchtlagen onder Altostratus door verdamping voldoende vochtig zijn geworden kunnen zich daarin wolkenflarden pannus vormen.
In het beginstadium van hun bestaan zijn de pannuswolken klein; zij komen dan slechts verspreid en duidelijk van elkaar gescheiden voor, gewoonlijk op vrij grote afstand onder de basis van Altostratus.
Deze afstand neemt in een later stadium, wanneer de Altostratus dikker wordt en de basis lager komt, belangrijk af.
Tegelijkertijd worden de pannuswolken groter en talrijker; zij kunnen dan tot een schijnbaar aaneengesloten laag samensmelten. In kwam er wat beroering in het wolkenwereldje, toen Undulatus Asperatus voorgedragen werd om als aparte soort te worden geclassificeerd.
Tussen Altostratus en daarop gelijkende wolken uit andere wolkengeslachten. Altostratuslagen kunnen, in zeldzaam voorkomende gevallen, uiteenvallen in afzonderlijke kleine velden, die voor dichte Cirrus zouden kunnen worden aangezien.
Dergelijke Altostratusvelden zijn echter hoofdzakelijk grijs en hebben grotere horizontale afmetingen dan dichte Cirruspartijen. Een hoge, dunne laag Altostratus kan worden aangezien voor een sluier van Cirrostratus.
Soms is het mogelijk de wolk, waarover men in twijfel verkeert, te identificeren door er zich rekenschap van te geven, dat voorwerpen aan de grond bij een Altostratusbewolking geen schaduw hebben en dat de zon door dunne Altostratus vaag, als door een matglas, zichtbaar is.
Indien haloverschijnselen worden waargenomen, is de wolk ongetwijfeld Cirrostratus. In Altostratus komen soms openingen of spleten voor; men moet een dergelijke Altostratus niet verwarren met daarop gelijkende vormen Altocumulus of Stratocumulus.
Wanneer bij duisternis moeilijk kan worden uitgemaakt of een wolk Altostratus dan wel Nimbostratus moet worden genoemd, kiest men volgens afspraak de benaming Altostratus, indien het niet regent of sneeuwt.
Altostratus is van Altocumulus en Stratocumulus te onderscheiden door zijn gelijkmatiger uiterlijk. Een dikke Altostratus met lage basis onderscheidt zich van een daarop gelijkende Nimbostratus, doordat in Altostratus dunnere gedeelten voorkomen, waardoor de zon vaag zichtbaar is, of zichtbaar zou kunnen zijn.
Altostratus heeft ook een lichtere grijze kleur en de onderkant is gewoonlijk minder egaal dan die van Nimbostratus. Altostratus kan van Stratus worden onderscheiden op grond van het feit, dat de zon door Altostratus vaag, als door een matglas, zichtbaar is.
Bovendien is Altostratus nooit wit, hetgeen dunne Stratus wel kan zijn, wanneer deze ongeveer in de richting van de zon wordt waargenomen. Langzaam wordt de bewolking dikker.
Er is een weersverslechtering op komst. Mogelijk gaat deze bewolking aan storm vooraf. De nimbostratus is een uitgestrekt grijs wolkendek dat zich over de gehele hemel uitstrekt en waaruit onafgebroken neerslag valt.
De zon gaat achter het dikke wolkenpakket volledig schuil. Vaak zitten er lage flarden onder pannus , maar de neerslag houdt pas op wanneer er lichtere plekken in de wolken zichtbaar worden.
De regenlucht wordt vaak voorafgegaan door altostratus. Grijs, dikwijls donker wolkendek met een onscherp uiterlijk, waaruit vrijwel onophoudelijk regen of sneeuw valt die in de meeste gevallen de grond bereikt.
Het wolkendek is overal dik genoeg om de zon aan het oog te onttrekken. Onder de eigenlijke Nimbostratus komen vaak lage wolkenflarden voor; deze kunnen met het Nimbostratusdek versmelten.
In de meeste gevallen ontstaat Nimbostratus als gevolg van de langzame stijging van uitgestrekte luchtlagen tot voldoend grote hoogten. Nimbostratus kan zich ook uit een dikker wordende Altostratus ontwikkelen; verder kan hij, hoewel zelden, ontstaan uit een geleidelijk dikker wordende laag Stratocumulus of Altocumulus.
Nimbostratus ontstaat soms doordat Cumulonimbuswolken of grote regenende Cumuluswolken zich uitspreiden. Nimbostratus bestaat uit waterdruppeltjes soms onderkoeld en regendruppels, uit sneeuwkristallen en sneeuwvlokken, of uit een mengsel van deze vloeibare en vaste deeltjes.
Nimbostratus doet zich gewoonlijk voor als een uitgestrekte, lage, donkergrijze wolkenlaag met een onscherpe basis, waaruit aanhoudend regen, sneeuw of ijsregen valt, die echter de grond niet hoeft te bereiken.
In de tropen kan men Nimbostratus, voornamelijk tijdens korte onderbrekingen van de regen, zien uiteenvallen in afzonderlijke wolkenlagen die zich vervolgens weer snel aaneensluiten.
De onderkant van Nimbostratus is vaak geheel of gedeeltelijk onzichtbaar door de aanwezigheid van lage wolkenflarden pannus , die aan of onder de basis van de Nimbostratus zijn ontstaan en snel van vorm veranderen.
Aanvankelijk bestaan deze pannuswolken uit afzonderlijke elementen; zij kunnen in een later stadium een aaneengesloten laag vormen. Pannus, die een groot deel van de hemel bedekt, dient men niet te verwarren met Nimbostratus.
Tussen Nimbostratus en daarop gelijkende wolken van andere wolkengeslachten. Een dunne Nimbostratus kan verward worden met een dikke Altostratus.
Nimbostratus heeft een grijze kleur die in het algemeen donkerder is dan die van Altostratus. Volgens de definitie is Nimbostratus overal dik genoeg om de zon en dus ook de maan aan het oog te onttrekken, terwijl dit bij Altostratus alleen het geval is in de dikste gedeelten.
Wanneer bij duisternis moeilijk kan worden uitgemaakt of een wolk Nimbostratus dan wel Altostratus moet worden genoemd, kiest men volgens afspraak de benaming Nimbostratus wanneer het regent of sneeuwt.
Nimbostratus kan men van een dikke laag Altocumulus of Stratocumulus onderscheiden op grond van het feit, dat de duidelijk herkenbare elementen en de scherpe onderkant, die laatstgenoemde wolken kenmerken, bij Nimbostratus ontbreken.
Nimbostratus is van een dikke laag Stratus te onderscheiden doordat uit Nimbostratus regen, sneeuw of ijsregen valt; uit Stratus kan alleen motregen, sneeuw of motsneeuw vallen.
Bevindt de waarnemer zich onder een wolk die het uiterlijk heeft van Nimbostratus, maar die vergezeld gaat van bliksem, donder of hagel, dan wordt de wolk volgens afspraak Cumulonimbus genoemd.
Neerslag laat niet lang meer op zich wachten. Uit deze bewolking regent het vaak langdurig, of er valt wat motregen uit. Nimbo betekent regen.
Cirrus of windveren zijn wolken die op een hoogte van 6 tot 12 kilometer voorkomen. Ze bestaan volledig uit ijskristallen. Weerkundigen noemen ze sluierwolken, die het licht van de zon nog doorlaten.
Deze wolken, die vaak te zien zijn als het nog mooi weer is, hebben een draderige structuur en kunnen zich ook rangschikken in kleinere of grotere plukken of smalle banden.
De cirrus kent soorten als fibratus vezelachtig, draderig , unicinus vergelijkbaar met een langgerekte komma , spissatus een dichtere wolk , castellanus torentjes of floccus watten flokjes.
De soorten zijn weer opgedeeld in variaties die soms aan de benaming wordt toegevoegd. De toevoeging intortus staat bijvoorbeeld voor onregelmatig, gekromd of grillig verward, terwijl cirruswolken die de vorm hebben van een visgraat of wervel de toevoeging vertebratus krijgen.
In tegenstelling tot de regenboog ontstaat dit kleurrijke verschijnsel niet door breking en weerkaatsing van het zonlicht in regendruppels maar in ijskristalletjes.
Het langzaam verdwijnen van zon of maan of de gekleurde kring is vaak een voorbode van slechter weer, vooral als ze uit het westen komen en snel dichter worden.
Eeuwen geleden is dat al verwoord in weerspreuken. In het voorjaar en als de cirrus uit het oosten komt opzetten gaat de regel vaak niet op en wordt het beter weer.
Een Cirruswolk kan ook een zogenaamde Parhelion bijzon veroorzaken. Afzonderlijke wolken, in de vorm van witte, fijne draden of van witte of overwegend witte kleinere of grotere plukken of smalle banden.
De wolken hebben een vezelachtig of haarachtig uiterlijk of een zijdeachtige glans of beide. Cirruswolken ontstaan dikwijls uit valstrepen virga van Cirrocumulus of Altocumulus of zij ontstaan vaak uit het bovenste gedeelte van een Cumulonimbus.
Cirruswolken kunnen ook ontstaan uit een niet overal even dichte Cirrostratus, waarvan de dunnere gedeelten zijn verdampt.
Cirrustoefjes met afgeronde toppen ontstaan dikwijls spontaan in een onbewolkt gedeelte van de hemel. Cirruswolken bestaan uit ijskristallen. Cirrus kan voorkomen in de vorm van vrijwel rechte of onregelmatig gekromde dunne vezels of draden, die soms op een grillige manier verward lijken Ci fibratus.
De vezels of draden hebben soms de vorm van een komma, die aan de bovenkant eindigt in een haak of in een niet-afgerond toefje Ci uncinus.
Cirrus komt ook voor in plukken, die dicht genoeg zijn om er — bij waarneming in de richting van de zon — grijsachtig uit te zien; deze soort Ci spissatus kan de zon sluieren, zijn omtrekken doen vervagen of hem zelfs geheel aan het oog onttrekken.
Minder vaak komt cirrus voor in de vorm van kleine, afzonderlijke, afgeronde toefjes, al of niet met valstrepen Ci floccus , of in de vorm van kleine ronde torentjes of kantelen die van een gemeenschappelijke basis oprijzen Ci castellanus.
De Cirruselementen zijn soms gerangschikt in brede evenwijdige banden, die naar een punt aan de horizon schijnen te convergeren. Cirrus die zich niet te dicht bij de horizon bevindt, ziet er overdag wit uit, en wel witter dan elke andere wolk in hetzelfde gebied van de hemel.
Als de zon aan de horizon staat, heeft Cirrus een witachtige tint, terwijl lagere wolken dan geel of oranje gekleurd kunnen zijn.
Als de zon onder de horizon daalt, wordt Cirrus, die zich hoog aan de hemel bevindt, eerst geel, vervolgens roze dan rood en tenslotte grijs.
Bij zonsopgang is de volgorde der kleuren omgekeerd. Dicht bij de horizon krijgt Cirrus dikwijls een gelige of oranje tint; deze tinten zijn bij lagere wolken minder opvallend.
Tussen Cirrus en daarop gelijkende wolken van andere geslachten. Cirrus in de vorm van afgeronde toefjes of kantelen, die van een gemeenschappelijke basis oprijzen, kan worden verward met Cirrocumulus met een soortgelijk uiterlijk.
Deze Cirrus is te onderscheiden van Altocumulus met een soortgelijk uiterlijk door het feit dat Cirrus er meer zijdeachtig of vezelachtig uitziet dan Altocumulus.
Cirruswolken onderscheiden zich van Cirrostratus door het feit dat zij niet een aaneengesloten geheel vormen en dat eventueel aaneengesloten delen slechts smal zijn of een geringe horizontale uitgestrektheid hebben.
Dicht bij de horizon is Cirrus dikwijls moeilijk te onderscheiden van Cirrostratus. Dichte Cirruspartijen zijn te onderscheiden van Altostratusvelden door hun kleinere horizontale afmetingen en door hun overwegend witte uiterlijk.
Cirrus is vaak een teken van stabiel weer. Wanneer cirrus oplost, duidt dat meestal op een overgang naar een beter weertype. Wanneer Cirrus zich over de hemel uitbreidt en dikker wordt, is er een verandering van het weertype op komst.
Vaak gaat dit gepaard met een naderend warmtefront of een trog. Indien cirrus de vorm van een aambeeld heeft, is er grote atmosferische onrust. Dit kan de voorbode zijn van een slechter weertype.
De cirrocumulus of schaapjeswolk is een soort wolk die op grote hoogte, 6 tot 10 km voorkomt. Dit soort wolk komt voor in grotere velden. Dit wolkentype, hoe fraai ook, wijst op een toenemende luchtvochtigheid en kan een voorbode zijn van een weersverslechtering.
Vooral als de wolken een golfvormige structuur undulatus hebben, gaat het meestal mis. Dat geldt zeker voor het wolkengeslacht cirrostratus van het soort nebulosus sluier , een melkachtig witte lucht die geleidelijk een scherm voor de zon trekt, waardoor deze uiteindelijk verdwijnt.
Uitklappen: Meer over Cirrocumulus. Dunne witte pluk, bank of laag van wolken zonder schaduwing, bestaande uit zeer kleine elementen in de vorm van korrels, ribbels, enz.
Cirrocumulus kan ontstaan in een aanvankelijk onbewolkt gedeelte van de hemel. Cirrocumulus kan ook ontstaan door omvorming van Cirrus, Cirrostratus of Altocumulus; in het laatste geval geschiedt dit door het kleiner worden van de Altocumuluselementen.
Cirrocumulus bestaat vrijwel uitsluitend uit ijskristallen; er kunnen in deze wolken sterk onderkoelde waterdruppeltjes aanwezig zijn, maar deze gaan gewoonlijk snel over in ijs.
Cirrocumulus komt gewoonlijk voor in min of meer uitgestrekte velden, bestaande uit zeer kleine elementen in de vorm van korrels, ribbels, enz.
De velden hebben soms vezelachtige randen. Cirrocumulus komt eveneens voor in banken, die de vorm hebben van een lens of een amandel Cc lenticularis ; deze zijn dikwijls zeer langgerekt en gewoonlijk scherp begrensd.
Minder vaak bestaat Cirrocumulus uit zeer kleine toefjes met rafelige onderkanten Cc floccus of uit elementen in de vorm van zeer kleine uitstulpingen die gelijken op torentjes en die oprijzen van een gemeenschappelijke horizontale basis Cc castellanus.
Cirrocumuluswolken zijn altijd doorzichtig genoeg om het de waarnemer mogelijk te maken te zien waar de zon of de maan staat.
In Cirrocumulus wordt soms een krans of paarlemoeren glans irisatie waargenomen. Tussen Cirrocumulus en wolken uit daarop gelijkende geslachten.
Cirrocumulus in de vorm van afgeronde toefjes of kleine ronde torentjes die oprijzen van een gemeenschappelijke basis, kan verward worden met Cirrus met een soortgelijk uiterlijk.
Het onderscheid wordt gemaakt op grond van de schijnbare afmetingen van de wolkenelementen, die bij Cirrocumulus in tegenstelling tot Cirrus, minder dan een graad moeten bedragen, wanneer ze op een hoogte van meer dan 30 graden boven de horizon worden waargenomen.
Een veld Cirrocumulus verschilt van Cirrus en Cirrostratus doordat het ribbels vertoont of onderverdeeld is in heel kleine wolkjes; er mogen vezelachtige, zijdeachtige of effen gedeelten karakteristiek voor Cirrus en Cirrostratus in voorkomen, maar deze mogen tezamen niet het grootste deel ervan uitmaken.
Cirrocumulus verschilt van Altocumulus doordat de elementen merendeels zeer klein zijn en geen schaduwing vertonen. Cirrocumulus geeft onstabiliteit aan in de hogere luchtlagen.
Dit kan wijzen op het naderen van een storing, die binnen afzienbare tijd zijn invloed zal doen gelden. Het is zaak om de lucht te blijven bekijken om te zien hoe het uitpakt.
Cirrostratus is een dunne wolk van ijskristallen die voorkomt op hoogten van 10 tot 15 kilometer. Ze kunnen er uitzien als een tamelijk transparante deken, en soms heeft het een meer vezelige structuur.
Ze zijn zo doorzichtig dat de zon en maan er zonder problemen doorheen schijnen. Soms veroorzaakt een cirrostratuswolk dan een halo om de zon of maan.
Hoewel er uit cirrostratus geen neerslag valt, kan dit type bewolking onder invloed van een warmtefront wel afdalen en veranderen in een regenwolk of Nimbostratus.
Toenemende cirrostratus kondigt meestal een naderend warmtefront aan, of in ieder geval slecht weer. Cirrostratus gaat vaak gepaard met een weersverslechtering.
Wanneer cirrostratus als een vliesje over de gehele hemel bedekt is, dan zit een weersomslag er voorlopig niet in. Doorzichtige of doorschijnende, witachtige wolkensluier met vezelachtig haarachtig of effen uiterlijk, die de hemel geheel of gedeeltelijk bedekt en waarin veelal haloverschijnselen zichtbaar zijn.
Cirrostratus ontstaat tengevolge van een langzaam stijgende beweging van uitgestrekte luchtlagen tot voldoend grote hoogte. Voorts kan Cirrostratus ontstaan door het dunner worden van Altostratus of door het uitspreiden van het aambeeld van een Cumulonimbus.
Cirrostratus bestaat hoofdzakelijk uit ijskristallen. Cirrostratus kan voorkomen in de vorm van een vezelachtige sluier waarin soms dunne strepen worden waargenomen Cs fibratus , of hij kan gelijken op een nevelachtige sluier Cs nebulosus.
De rand van een Cirrostratussluier is soms scherp, maar vaker bestaat hij uit rafels van Cirrus. Cirrostratus is nooit zo dik, dat behalve als de zon laag staat voorwerpen op de grond geen schaduw meer geven.
De opmerkingen over de kleuren van Cirrus zijn merendeels ook van toepassing op Cirrostratus. In Cirrostratus worden dikwijls haloverschijnselen waargenomen; soms is de Cirrostratussluier zo dun dat een halo de enige aanwijzing is van zijn aanwezigheid.
Tussen Cirrostratus en daarop gelijkende wolken uit andere wolkengeslachten. Useful concepts Definitions of clouds.
Introduction Orographic influence on the windward side Orographic influence on the leeward side. Nacreous clouds Nitric acid and water polar stratospheric clouds Noctilucent clouds polar mesospheric clouds.
Classification and symbols of meteors other than clouds Hydrometeors Lithometeors Photometeors Electrometeors Character and intensity of precipitation Additional symbols.
Hydrometeors other than clouds Lithometeors Photometeors Electrometeors. Introduction Observation of hydrometeors other than clouds Observation of Lithometeors Observation of photometeors Observation of electrometeors.
Observation of clouds from the earth's surface Introduction Identifying clouds Total cloud cover and cloud amount Height and altitude Direction and speed of movement Optical thickness Observation of clouds from mountain stations Observation of upper atmospheric clouds.
Issues for observation of clouds from aircraft Descriptions of clouds as observed from aircraft Fog and haze as seen from aircraft.
Search Image Gallery Compare two images. Editorial note Appendix 1 - Etymology of latin names of clouds Appendix 2 - Historical bibliography of cloud classification Appendix 3 - History of cloud nomenclature Appendix 4 - Lists of tables, figures and acronyms History of the ICA Foreword to the edition of volume II Preface to the edition of volume I Preface to the edition Preface to the edition.
ICA Vol. Read More The Atlas provides a common language to communicate cloud observations, and ensures consistency in reporting by observers around the world.
Your browser does not support HTML5 video. Find a cloud. Hail and other hydrometeors. Classification of clouds. Compare two clouds. Relation between genera and species.
Daar ligt Jury Grill Den Henssler soms een blauwig waas overheen. Zulke deeltjes alleen zijn echter niet voldoende: ook is waterdamp nodig en zeer lage Film Action Deutsch tussen en Wohnmobilstellplatz App Celsius zijn een voorwaarde. Onderstaande lijst geeft een overzicht van de diverse mogelijkheden. De regenlucht wordt vaak voorafgegaan door altostratus. Voornaamste verschillen Tussen Nimbostratus en daarop gelijkende wolken van Carnage wolkengeslachten. Een shelf cloud wordt vergezeld door enorme en plotselinge windstoten van soms tot Charite Serie Staffel 3 per uur. De kleurenpracht houdt verband met de zeer kleine ijskristallen waaruit de wolken bestaan. Turbulentie en convectie Krakeelen leiden tot de vorming van Stratocumulus onder een inversie.The classifications also describe meteorological meteors other than clouds — hydrometeors, lithometeors, photometeors, and electrometeors. Read More.
The Atlas provides a common language to communicate cloud observations, and ensures consistency in reporting by observers around the world.
It serves as a training tool for meteorologists, as well as for those working in aeronautical and maritime environments, and it has become popular with weather enthusiasts and cloud spotters.
We hope this website inspires you to become even more enthusiastic about observing clouds and all atmospheric phenomena.
Skip to main content. Toggle navigation. Introduction and principles of cloud classification Definition of a cloud Appearance of clouds Principles of cloud classification Cloud classification summary Cloud abbreviations and symbols.
Useful concepts Definitions of clouds. Introduction Orographic influence on the windward side Orographic influence on the leeward side.
Nacreous clouds Nitric acid and water polar stratospheric clouds Noctilucent clouds polar mesospheric clouds. Classification and symbols of meteors other than clouds Hydrometeors Lithometeors Photometeors Electrometeors Character and intensity of precipitation Additional symbols.
Hydrometeors other than clouds Lithometeors Photometeors Electrometeors. Introduction Observation of hydrometeors other than clouds Observation of Lithometeors Observation of photometeors Observation of electrometeors.
Observation of clouds from the earth's surface Introduction Identifying clouds Total cloud cover and cloud amount Height and altitude Direction and speed of movement Optical thickness Observation of clouds from mountain stations Observation of upper atmospheric clouds.
Issues for observation of clouds from aircraft Descriptions of clouds as observed from aircraft Fog and haze as seen from aircraft.
Search Image Gallery Compare two images. Editorial note Appendix 1 - Etymology of latin names of clouds Appendix 2 - Historical bibliography of cloud classification Appendix 3 - History of cloud nomenclature Appendix 4 - Lists of tables, figures and acronyms History of the ICA Foreword to the edition of volume II Preface to the edition of volume I Preface to the edition Preface to the edition.
Altostratus heeft altijd een grote horizontale uitgestrektheid tot honderden kilometers en een vrij aanzienlijke verticale afmeting tot enige duizenden meters.
Altostratus is een wolk waaruit neerslag valt, die al of niet de grond bereikt. Soms is deze neerslag te zien in de vorm van valstrepen virga onder de wolkenbasis; een enkele maal veroorzaakt de neerslag rafels of buidelvormige uitstulpingen aan de onderkant van de wolk.
Neerslag uit Altostratus, die de grond bereikt, valt onafgebroken in de vorm van regen, sneeuw, ijsregen of korrelhagel. Wanneer turbulente luchtlagen onder Altostratus door verdamping voldoende vochtig zijn geworden kunnen zich daarin wolkenflarden pannus vormen.
In het beginstadium van hun bestaan zijn de pannuswolken klein; zij komen dan slechts verspreid en duidelijk van elkaar gescheiden voor, gewoonlijk op vrij grote afstand onder de basis van Altostratus.
Deze afstand neemt in een later stadium, wanneer de Altostratus dikker wordt en de basis lager komt, belangrijk af.
Tegelijkertijd worden de pannuswolken groter en talrijker; zij kunnen dan tot een schijnbaar aaneengesloten laag samensmelten. In kwam er wat beroering in het wolkenwereldje, toen Undulatus Asperatus voorgedragen werd om als aparte soort te worden geclassificeerd.
Tussen Altostratus en daarop gelijkende wolken uit andere wolkengeslachten. Altostratuslagen kunnen, in zeldzaam voorkomende gevallen, uiteenvallen in afzonderlijke kleine velden, die voor dichte Cirrus zouden kunnen worden aangezien.
Dergelijke Altostratusvelden zijn echter hoofdzakelijk grijs en hebben grotere horizontale afmetingen dan dichte Cirruspartijen. Een hoge, dunne laag Altostratus kan worden aangezien voor een sluier van Cirrostratus.
Soms is het mogelijk de wolk, waarover men in twijfel verkeert, te identificeren door er zich rekenschap van te geven, dat voorwerpen aan de grond bij een Altostratusbewolking geen schaduw hebben en dat de zon door dunne Altostratus vaag, als door een matglas, zichtbaar is.
Indien haloverschijnselen worden waargenomen, is de wolk ongetwijfeld Cirrostratus. In Altostratus komen soms openingen of spleten voor; men moet een dergelijke Altostratus niet verwarren met daarop gelijkende vormen Altocumulus of Stratocumulus.
Wanneer bij duisternis moeilijk kan worden uitgemaakt of een wolk Altostratus dan wel Nimbostratus moet worden genoemd, kiest men volgens afspraak de benaming Altostratus, indien het niet regent of sneeuwt.
Altostratus is van Altocumulus en Stratocumulus te onderscheiden door zijn gelijkmatiger uiterlijk. Een dikke Altostratus met lage basis onderscheidt zich van een daarop gelijkende Nimbostratus, doordat in Altostratus dunnere gedeelten voorkomen, waardoor de zon vaag zichtbaar is, of zichtbaar zou kunnen zijn.
Altostratus heeft ook een lichtere grijze kleur en de onderkant is gewoonlijk minder egaal dan die van Nimbostratus.
Altostratus kan van Stratus worden onderscheiden op grond van het feit, dat de zon door Altostratus vaag, als door een matglas, zichtbaar is.
Bovendien is Altostratus nooit wit, hetgeen dunne Stratus wel kan zijn, wanneer deze ongeveer in de richting van de zon wordt waargenomen.
Langzaam wordt de bewolking dikker. Er is een weersverslechtering op komst. Mogelijk gaat deze bewolking aan storm vooraf.
De nimbostratus is een uitgestrekt grijs wolkendek dat zich over de gehele hemel uitstrekt en waaruit onafgebroken neerslag valt.
De zon gaat achter het dikke wolkenpakket volledig schuil. Vaak zitten er lage flarden onder pannus , maar de neerslag houdt pas op wanneer er lichtere plekken in de wolken zichtbaar worden.
De regenlucht wordt vaak voorafgegaan door altostratus. Grijs, dikwijls donker wolkendek met een onscherp uiterlijk, waaruit vrijwel onophoudelijk regen of sneeuw valt die in de meeste gevallen de grond bereikt.
Het wolkendek is overal dik genoeg om de zon aan het oog te onttrekken. Onder de eigenlijke Nimbostratus komen vaak lage wolkenflarden voor; deze kunnen met het Nimbostratusdek versmelten.
In de meeste gevallen ontstaat Nimbostratus als gevolg van de langzame stijging van uitgestrekte luchtlagen tot voldoend grote hoogten.
Nimbostratus kan zich ook uit een dikker wordende Altostratus ontwikkelen; verder kan hij, hoewel zelden, ontstaan uit een geleidelijk dikker wordende laag Stratocumulus of Altocumulus.
Nimbostratus ontstaat soms doordat Cumulonimbuswolken of grote regenende Cumuluswolken zich uitspreiden. Nimbostratus bestaat uit waterdruppeltjes soms onderkoeld en regendruppels, uit sneeuwkristallen en sneeuwvlokken, of uit een mengsel van deze vloeibare en vaste deeltjes.
Nimbostratus doet zich gewoonlijk voor als een uitgestrekte, lage, donkergrijze wolkenlaag met een onscherpe basis, waaruit aanhoudend regen, sneeuw of ijsregen valt, die echter de grond niet hoeft te bereiken.
In de tropen kan men Nimbostratus, voornamelijk tijdens korte onderbrekingen van de regen, zien uiteenvallen in afzonderlijke wolkenlagen die zich vervolgens weer snel aaneensluiten.
De onderkant van Nimbostratus is vaak geheel of gedeeltelijk onzichtbaar door de aanwezigheid van lage wolkenflarden pannus , die aan of onder de basis van de Nimbostratus zijn ontstaan en snel van vorm veranderen.
Aanvankelijk bestaan deze pannuswolken uit afzonderlijke elementen; zij kunnen in een later stadium een aaneengesloten laag vormen.
Pannus, die een groot deel van de hemel bedekt, dient men niet te verwarren met Nimbostratus. Tussen Nimbostratus en daarop gelijkende wolken van andere wolkengeslachten.
Een dunne Nimbostratus kan verward worden met een dikke Altostratus. Nimbostratus heeft een grijze kleur die in het algemeen donkerder is dan die van Altostratus.
Volgens de definitie is Nimbostratus overal dik genoeg om de zon en dus ook de maan aan het oog te onttrekken, terwijl dit bij Altostratus alleen het geval is in de dikste gedeelten.
Wanneer bij duisternis moeilijk kan worden uitgemaakt of een wolk Nimbostratus dan wel Altostratus moet worden genoemd, kiest men volgens afspraak de benaming Nimbostratus wanneer het regent of sneeuwt.
Nimbostratus kan men van een dikke laag Altocumulus of Stratocumulus onderscheiden op grond van het feit, dat de duidelijk herkenbare elementen en de scherpe onderkant, die laatstgenoemde wolken kenmerken, bij Nimbostratus ontbreken.
Nimbostratus is van een dikke laag Stratus te onderscheiden doordat uit Nimbostratus regen, sneeuw of ijsregen valt; uit Stratus kan alleen motregen, sneeuw of motsneeuw vallen.
Bevindt de waarnemer zich onder een wolk die het uiterlijk heeft van Nimbostratus, maar die vergezeld gaat van bliksem, donder of hagel, dan wordt de wolk volgens afspraak Cumulonimbus genoemd.
Neerslag laat niet lang meer op zich wachten. Uit deze bewolking regent het vaak langdurig, of er valt wat motregen uit. Nimbo betekent regen. Cirrus of windveren zijn wolken die op een hoogte van 6 tot 12 kilometer voorkomen.
Ze bestaan volledig uit ijskristallen. Weerkundigen noemen ze sluierwolken, die het licht van de zon nog doorlaten.
Deze wolken, die vaak te zien zijn als het nog mooi weer is, hebben een draderige structuur en kunnen zich ook rangschikken in kleinere of grotere plukken of smalle banden.
De cirrus kent soorten als fibratus vezelachtig, draderig , unicinus vergelijkbaar met een langgerekte komma , spissatus een dichtere wolk , castellanus torentjes of floccus watten flokjes.
De soorten zijn weer opgedeeld in variaties die soms aan de benaming wordt toegevoegd. De toevoeging intortus staat bijvoorbeeld voor onregelmatig, gekromd of grillig verward, terwijl cirruswolken die de vorm hebben van een visgraat of wervel de toevoeging vertebratus krijgen.
In tegenstelling tot de regenboog ontstaat dit kleurrijke verschijnsel niet door breking en weerkaatsing van het zonlicht in regendruppels maar in ijskristalletjes.
Het langzaam verdwijnen van zon of maan of de gekleurde kring is vaak een voorbode van slechter weer, vooral als ze uit het westen komen en snel dichter worden.
Eeuwen geleden is dat al verwoord in weerspreuken. In het voorjaar en als de cirrus uit het oosten komt opzetten gaat de regel vaak niet op en wordt het beter weer.
Een Cirruswolk kan ook een zogenaamde Parhelion bijzon veroorzaken. Afzonderlijke wolken, in de vorm van witte, fijne draden of van witte of overwegend witte kleinere of grotere plukken of smalle banden.
De wolken hebben een vezelachtig of haarachtig uiterlijk of een zijdeachtige glans of beide. Cirruswolken ontstaan dikwijls uit valstrepen virga van Cirrocumulus of Altocumulus of zij ontstaan vaak uit het bovenste gedeelte van een Cumulonimbus.
Cirruswolken kunnen ook ontstaan uit een niet overal even dichte Cirrostratus, waarvan de dunnere gedeelten zijn verdampt. Cirrustoefjes met afgeronde toppen ontstaan dikwijls spontaan in een onbewolkt gedeelte van de hemel.
Cirruswolken bestaan uit ijskristallen. Cirrus kan voorkomen in de vorm van vrijwel rechte of onregelmatig gekromde dunne vezels of draden, die soms op een grillige manier verward lijken Ci fibratus.
De vezels of draden hebben soms de vorm van een komma, die aan de bovenkant eindigt in een haak of in een niet-afgerond toefje Ci uncinus.
Cirrus komt ook voor in plukken, die dicht genoeg zijn om er — bij waarneming in de richting van de zon — grijsachtig uit te zien; deze soort Ci spissatus kan de zon sluieren, zijn omtrekken doen vervagen of hem zelfs geheel aan het oog onttrekken.
Minder vaak komt cirrus voor in de vorm van kleine, afzonderlijke, afgeronde toefjes, al of niet met valstrepen Ci floccus , of in de vorm van kleine ronde torentjes of kantelen die van een gemeenschappelijke basis oprijzen Ci castellanus.
De Cirruselementen zijn soms gerangschikt in brede evenwijdige banden, die naar een punt aan de horizon schijnen te convergeren. Cirrus die zich niet te dicht bij de horizon bevindt, ziet er overdag wit uit, en wel witter dan elke andere wolk in hetzelfde gebied van de hemel.
Als de zon aan de horizon staat, heeft Cirrus een witachtige tint, terwijl lagere wolken dan geel of oranje gekleurd kunnen zijn.
Als de zon onder de horizon daalt, wordt Cirrus, die zich hoog aan de hemel bevindt, eerst geel, vervolgens roze dan rood en tenslotte grijs.
Bij zonsopgang is de volgorde der kleuren omgekeerd. Dicht bij de horizon krijgt Cirrus dikwijls een gelige of oranje tint; deze tinten zijn bij lagere wolken minder opvallend.
Tussen Cirrus en daarop gelijkende wolken van andere geslachten. Cirrus in de vorm van afgeronde toefjes of kantelen, die van een gemeenschappelijke basis oprijzen, kan worden verward met Cirrocumulus met een soortgelijk uiterlijk.
Deze Cirrus is te onderscheiden van Altocumulus met een soortgelijk uiterlijk door het feit dat Cirrus er meer zijdeachtig of vezelachtig uitziet dan Altocumulus.
Cirruswolken onderscheiden zich van Cirrostratus door het feit dat zij niet een aaneengesloten geheel vormen en dat eventueel aaneengesloten delen slechts smal zijn of een geringe horizontale uitgestrektheid hebben.
Dicht bij de horizon is Cirrus dikwijls moeilijk te onderscheiden van Cirrostratus. Dichte Cirruspartijen zijn te onderscheiden van Altostratusvelden door hun kleinere horizontale afmetingen en door hun overwegend witte uiterlijk.
Cirrus is vaak een teken van stabiel weer. Wanneer cirrus oplost, duidt dat meestal op een overgang naar een beter weertype. Wanneer Cirrus zich over de hemel uitbreidt en dikker wordt, is er een verandering van het weertype op komst.
Vaak gaat dit gepaard met een naderend warmtefront of een trog. Indien cirrus de vorm van een aambeeld heeft, is er grote atmosferische onrust.
Dit kan de voorbode zijn van een slechter weertype. De cirrocumulus of schaapjeswolk is een soort wolk die op grote hoogte, 6 tot 10 km voorkomt.
Dit soort wolk komt voor in grotere velden. Dit wolkentype, hoe fraai ook, wijst op een toenemende luchtvochtigheid en kan een voorbode zijn van een weersverslechtering.
Vooral als de wolken een golfvormige structuur undulatus hebben, gaat het meestal mis. Dat geldt zeker voor het wolkengeslacht cirrostratus van het soort nebulosus sluier , een melkachtig witte lucht die geleidelijk een scherm voor de zon trekt, waardoor deze uiteindelijk verdwijnt.
Uitklappen: Meer over Cirrocumulus. Dunne witte pluk, bank of laag van wolken zonder schaduwing, bestaande uit zeer kleine elementen in de vorm van korrels, ribbels, enz.
Cirrocumulus kan ontstaan in een aanvankelijk onbewolkt gedeelte van de hemel. Cirrocumulus kan ook ontstaan door omvorming van Cirrus, Cirrostratus of Altocumulus; in het laatste geval geschiedt dit door het kleiner worden van de Altocumuluselementen.
Cirrocumulus bestaat vrijwel uitsluitend uit ijskristallen; er kunnen in deze wolken sterk onderkoelde waterdruppeltjes aanwezig zijn, maar deze gaan gewoonlijk snel over in ijs.
Cirrocumulus komt gewoonlijk voor in min of meer uitgestrekte velden, bestaande uit zeer kleine elementen in de vorm van korrels, ribbels, enz.
De velden hebben soms vezelachtige randen. Cirrocumulus komt eveneens voor in banken, die de vorm hebben van een lens of een amandel Cc lenticularis ; deze zijn dikwijls zeer langgerekt en gewoonlijk scherp begrensd.
Minder vaak bestaat Cirrocumulus uit zeer kleine toefjes met rafelige onderkanten Cc floccus of uit elementen in de vorm van zeer kleine uitstulpingen die gelijken op torentjes en die oprijzen van een gemeenschappelijke horizontale basis Cc castellanus.
Cirrocumuluswolken zijn altijd doorzichtig genoeg om het de waarnemer mogelijk te maken te zien waar de zon of de maan staat. In Cirrocumulus wordt soms een krans of paarlemoeren glans irisatie waargenomen.
Tussen Cirrocumulus en wolken uit daarop gelijkende geslachten. Cirrocumulus in de vorm van afgeronde toefjes of kleine ronde torentjes die oprijzen van een gemeenschappelijke basis, kan verward worden met Cirrus met een soortgelijk uiterlijk.
Het onderscheid wordt gemaakt op grond van de schijnbare afmetingen van de wolkenelementen, die bij Cirrocumulus in tegenstelling tot Cirrus, minder dan een graad moeten bedragen, wanneer ze op een hoogte van meer dan 30 graden boven de horizon worden waargenomen.
Een veld Cirrocumulus verschilt van Cirrus en Cirrostratus doordat het ribbels vertoont of onderverdeeld is in heel kleine wolkjes; er mogen vezelachtige, zijdeachtige of effen gedeelten karakteristiek voor Cirrus en Cirrostratus in voorkomen, maar deze mogen tezamen niet het grootste deel ervan uitmaken.
Cirrocumulus verschilt van Altocumulus doordat de elementen merendeels zeer klein zijn en geen schaduwing vertonen. Cirrocumulus geeft onstabiliteit aan in de hogere luchtlagen.
Dit kan wijzen op het naderen van een storing, die binnen afzienbare tijd zijn invloed zal doen gelden. Het is zaak om de lucht te blijven bekijken om te zien hoe het uitpakt.
Cirrostratus is een dunne wolk van ijskristallen die voorkomt op hoogten van 10 tot 15 kilometer. Ze kunnen er uitzien als een tamelijk transparante deken, en soms heeft het een meer vezelige structuur.
Ze zijn zo doorzichtig dat de zon en maan er zonder problemen doorheen schijnen. Soms veroorzaakt een cirrostratuswolk dan een halo om de zon of maan.
Hoewel er uit cirrostratus geen neerslag valt, kan dit type bewolking onder invloed van een warmtefront wel afdalen en veranderen in een regenwolk of Nimbostratus.
Toenemende cirrostratus kondigt meestal een naderend warmtefront aan, of in ieder geval slecht weer. Cirrostratus gaat vaak gepaard met een weersverslechtering.
Wanneer cirrostratus als een vliesje over de gehele hemel bedekt is, dan zit een weersomslag er voorlopig niet in.
Doorzichtige of doorschijnende, witachtige wolkensluier met vezelachtig haarachtig of effen uiterlijk, die de hemel geheel of gedeeltelijk bedekt en waarin veelal haloverschijnselen zichtbaar zijn.
Cirrostratus ontstaat tengevolge van een langzaam stijgende beweging van uitgestrekte luchtlagen tot voldoend grote hoogte. Voorts kan Cirrostratus ontstaan door het dunner worden van Altostratus of door het uitspreiden van het aambeeld van een Cumulonimbus.
Cirrostratus bestaat hoofdzakelijk uit ijskristallen. Cirrostratus kan voorkomen in de vorm van een vezelachtige sluier waarin soms dunne strepen worden waargenomen Cs fibratus , of hij kan gelijken op een nevelachtige sluier Cs nebulosus.
De rand van een Cirrostratussluier is soms scherp, maar vaker bestaat hij uit rafels van Cirrus. Cirrostratus is nooit zo dik, dat behalve als de zon laag staat voorwerpen op de grond geen schaduw meer geven.
De opmerkingen over de kleuren van Cirrus zijn merendeels ook van toepassing op Cirrostratus. In Cirrostratus worden dikwijls haloverschijnselen waargenomen; soms is de Cirrostratussluier zo dun dat een halo de enige aanwijzing is van zijn aanwezigheid.
Tussen Cirrostratus en daarop gelijkende wolken uit andere wolkengeslachten. Cirrostratus onderscheidt zich van Cirrus doordat hij voorkomt in de vorm van een sluier, die gewoonlijk grote horizontale afmetingen heeft.
Cirrostratus ziet er over het geheel genomen wazig uit, en heeft geen kenmerken als ribbels, korrels, stroken, ballen, rollen, enz. En Cirrostratus verschilt van Altostratus doordat hij dun is en doordat er soms haloverschijnselen in voorkomen.
Cirrostratus dicht bij de horizon kan ten onrechte voor Altostratus worden aangezien. De langzame schijnbare beweging en de langzame veranderingen in dikte en uiterlijk — beide karakteristiek voor Cirrostratus — maken het mogelijk Cirrostratus te onderscheiden van Altostratus en ook van Stratus.
Cirrostratus kan worden verward met zeer dunne Stratus, die er op een afstand van minder dan 45 graden van de zon wit uit kan zien.
Cirrostratus verschilt echter van Stratus doordat hij overal witachtig is en soms doordat hij er vezelachtig uitziet. In Cirrostratus komen bovendien dikwijls haloverschijnselen voor, in Stratus echter niet, behalve soms bij zeer lage temperaturen.
De cirrus kent soorten als fibratus vezelachtig, draderig , uncinus vergelijkbaar met een langgerekte komma , spissatus een dichtere wolk , castellanus torentjes of floccus watten vlokjes.
Onderstaande lijst geeft een overzicht van de diverse mogelijkheden. Klik op de vetgedrukte classificatie om een foto daarvan te bekijken.
Een lenticularis of lenswolk is een type wolk dat eruit ziet als een reusachtig luchtschip of een sigaar met gladgepolijste randen.
Die opvallende vormen danken hun ontstaan aan wind of golfvormige beweging van lucht onder invloed van heuvels of bergen. Wanneer de wind met een flinke kracht tegen de berg blaast wordt de lucht gedwongen te stijgen.
Aan de achterzijde van de berg daalt de lucht dan weer. Luchtlagen hoger in de atmosfeer koelen tijdens dat stijgproces af en raken soms verzadigd met waterdamp, waardoor zich wolken kunnen vormen.
Daalt de lucht verderop, dan wordt de lucht weer warmer en raakt onverzadigd. De bewolking lost dan weer op. Een lenswolk blijft daarom min of meer permanent boven dezelfde plaats hangen, terwijl de lucht gewoon verder stroomt.
Vorming van lenswolken kan duiden op snelle stromingen in de hogere luchtlagen of plotseling toename van de wind op een bepaalde hoogte. De plotselinge toename van de windsnelheid met de hoogte kan een ballon ineendrukken, waardoor deze zijn draagvermogen verliest en aan een vrije val begint.
Lensvormen doen zich in de bergen vaak voor bij föhnwinden en bij mooi-weersituaties. Ze zijn echter geen voorbode van mooi weer, vaak wordt het daarna minder fraai en kan er zelfs regen vallen.
Een shelf cloud letterlijk plankwolk is een wolk die soms voorafgaat aan zware onweersbuien. In de meteorologie worden zulke bijzondere wolkenvormen, samen met de rolwolk als een type gezien van een arcus boogwolk.
De koude lucht drukt dan de warme vochtige lucht omhoog, waardoor de vochtige lucht condenseert. In de lucht kan dan een vaak wat afgeplatte wolkenrol ontstaan die er zeer onheilspellend uitziet.
Een shelf cloud wordt vergezeld door enorme en plotselinge windstoten van soms tot kilometer per uur. Het is een voorkeursplaats voor windhozen, maar vaak blijft het bij een begin van hoosvorming in de lucht dat tuba genoemd wordt.
Een shelf cloud verschilt van een rolwolk omdat een rolwolk helemaal los staat van de basis van de onweersbui of van andere wolken.
Rolwolken zijn relatief zeldzaam. Een zeer duidelijke shelfcloud was in Nederland te zien op 17 juli De angstaanjagende shelf cloud ging vergezeld van zware tot zeer zware windstoten.
De passage van de buienlijn ging vergezeld van een plotseling luchtdrukverandering van enkele hPa, zichtbaar als onweersneus in het barogram.
Rolwolken kunnen ook een teken zijn voor een mogelijke microburst. Ze verschillen van shelf clouds omdat rolwolken helemaal los staan van de basis van de onweersbui of van andere wolken.
De rolwolk ontstaat wanneer koudere lucht die met de onweersbui meekomt vanaf enige hoogte, in aanraking komt met veel warmere lucht aan het aardoppervlak.
De koude lucht drukt dan de warme vochtige lucht omhoog, waardoor de vochtige lucht condenseert en er een wolk ontstaat. Met ingang van maart , bij het verschijnen van de nieuwste International Cloud Atlas, worden rolwolken, die niet gepaard gaan met onweersbuien, aangeduid als volutus en kunnen voorkomen als wolkensoort bij de wolkengeslachten Altocumulus en Stratocumulus.
De wolkenrol op de foto is daarvan een prachtig voorbeeld. Een parelmoerwolk is een soort wolk die op zeer grote hoogte, in de stratosfeer voorkomt.
De meeste wolken, die bestaan uit waterdruppeltjes of ijskristallen, komen voor in de onderste twaalf kilometer van de atmosfeer. Deze luchtlaag kan veel vocht bevatten dat bij afkoeling overgaat in waterdruppeltjes of ijskristallen en zichtbaar wordt als wolken.
Boven twaalf kilometer hoogte bevindt zich een luchtlaag die ook wel stratosfeer wordt genoemd. Hier bevindt zich ook het meeste ozon en daarom spreekt men ook wel van de ozonlaag.
De ozonlaag bevat vrijwel geen water en ook wolken komen op deze hoogte zelden voor. Deze tamelijk kleine wolken worden vanwege hun prachtige kleurschakeringen parelmoerwolken genoemd.
De kleurenpracht houdt verband met de zeer kleine ijskristallen waaruit de wolken bestaan. Parelmoerwolken kunnen dus ontstaan in gebieden waar het op grote hoogte in de atmosfeer extreem koud is.
In de winter kan dat gebeuren aan de lijzijde van hoge bergen, als het daar hard waait. Vooral in Groenland en Noorwegen komen ze voor en sommige winters worden ze ook op zuidelijker gelegen plaatsen in Europa waargenomen.
Hier worden ze Polaire Stratosfeer Wolken genoemd en zijn ze groter dan de parelmoerwolken. Deze wolken bestaan niet alleen uit ijskristallen van water, maar bevatten ook verbindingen van salpeterzuur en water.
De temperaturen zijn soms laag genoeg voor de vorming van parelmoerwolken en ervaren waarnemers in het noordoosten van Groningen en in Deventer hebben deze voor Nederland zeker zeldzame wolken op 16 februari kort na zonsondergang gezien.
In het najaar van zijn ook parelmoerwolken waargenomen boven Schotland. De laatste jaren daalt de temperatuur in de stratosfeer geleidelijk en broeikasexperts verwachten op grote hoogte een verdere temperatuurdaling.
Mogelijk zijn de prachtige parelmoerwolken in de toekomst ook in Nederland vaker te zien. Uit ozonsondemetingen van het KNMI blijkt de de atmosfeer in februari op grote hoogte zeer koud was.
Op 13 februari zijn op 19 en op 22 kilometer hoogte temperaturen gemeten van graden, de dagen daarna was het op die hoogte kouder dan graden. Dergelijke condities zijn gunstig voor de vorming van parelmoerwolken, maar waargenomen zijn ze toen niet.
Mammatus mamma of mammatocumulus is een meteorologische term voor bolvormige uitstulpingen aan de onderkant van een wolk, meestal een cumulonimbuswolk, maar ze kunnen ook optreden tijdens Altocumulus of stratocumulusbewolking.
Extreem ontwikkelde mammatus is misschien wel het meest spectaculaire fenomeen dat zich kan voordoen in de atmosfeer, en is een favoriet onderwerp voor weerwaarnemers en fotografen.
Ze kunnen duren van enkele minuten tot enkele uren voordat ze oplossen en verdwijnen. Ze worden gevormd door een soort omgekeerde convectie.
In een cumulonimbuswolk stijgt warme, vochtige lucht naar de bovenste luchtlagen. Boven de troposfeer zijn de luchtlagen meer stabiel, en dit stopt de verticale luchtbeweging en de stijgende lucht wordt naar buiten toe gedwongen.
Hierdoor ontstaan zakken van warme, vochtige lucht in de wolk. Deze inverse convectie wordt versterkt door de zwaartekracht en afnemende neerslag in de wolk.
De dalende luchtbewegingen zorgt ervoor dat de warme, vochtige lucht condenseert in de drogere lucht onder de wolkenlaag, en balvormige, naar benedenhangende gezwellen kunnen zich vormen.
Deze kunnen een groot gebied bestrijken. Na zonsondergang weerkaatsen die hoge wolken nog een tijd zonlicht. De gewone wolken, die we meestal zien, steken daar donker bij af en kleuren na zonsondergang eerst rood en vervolgens donker grijs.
De lichtende nachtwolken blijven dan wit, geel-oranje of lichtblauw. De sterren blijven in deze dunne wolken zichtbaar.
In mei, juni en juli, kan de noordelijke hemel geruime tijd na zonsondergang of voor zonsopkomst een paar uur worden opgelicht door deze wolken met een zilverachtige glans.
De wolkenslierten hebben een fraaie ribbel- of vezelstructuur. In en waren ze in Nederland op acht dagen te zien. Het ontstaan van deze prachtige nachtwolken houdt verband met talrijke uiterst kleine deeltjes in de bovenste lagen van de atmosfeer.
Dat kan bijvoorbeeld stof zijn afkomstig van meteorieten. Zulke deeltjes alleen zijn echter niet voldoende: ook is waterdamp nodig en zeer lage temperaturen tussen en graden Celsius zijn een voorwaarde.
Op de deeltjes zet zich dan een laagje ijs af, net als rijp op het aardoppervlak. Door het ijs dat de deeltjes omhult wordt zonlicht gespiegeld.
Wie de lichtende nachtwolken een tijd observeert zal zien dat de vormen relatief snel veranderen. Op de hoogte waar de wolken zich ophouden komen zeer sterke luchtstromingen voor.
Daarmee samenhangend doen zich ook sterk dalende en stijgende luchtstromingen voor, waardoor de wolken een bijzonder turbulent aanzien krijgen.
De karakteristieke golven en ribbels verdwijnen weer even snel als ze zijn gekomen. Lichtende nachtwolken zijn niet voorspelbaar, maar het loont zeker op een heldere zomeravond na zonsondergang de moeite even naar de noordwestelijke of noordelijke hemel te kijken.
De mooiste kant van een shelfcloud is uiteraard de voorkant. Maar als deze gepasseerd is, vergeet dan niet om ook eens de achterkant te bekijken.
Meestal heeft zich daar een regelmatige structuur gevormd, die wat weg heeft van mammatus, maar dan meer instabiel. Je kijkt dan naar de scheidingszone tussen dalende koude lucht en opstijgende warme vochtige lucht voor de bui.
Deze daling en stijging is ook duidelijk te zien als je er wat langer naar kijkt. Wanneer het de grond bereikt, spreidt deze lucht zich uit onder de op weg zijnde storm.
Terwijl het dat doet tilt het de warme lichtere grondlucht op, waarna het vocht in die grondlucht condenseert en een wolk vormt.
Deze wolk vormt het dak van de gapende mond, terwijl de blubberachtige rand aan de voorkant van de verspreide lucht de bovenlip van de walvismond vormt.
We kijken hier tegen de onderkant van een shelfcloud aan midden. Rechts daarvan zien we het zogen. Het licht van de zon is wit, maar toch is een hemel zonder wolken blauw.
Het witte zonlicht is ook niet puur wit: het is samengesteld uit verschillende kleuren met uiteenlopende golflengten. In volgorde van afnemende golflengte zijn dat: rood-oranje-geel-groen-blauw-indigo-violet.
Luchtmolekulen verstrooien alleen licht met korte golflengten. Daarom zien we tegen de zwarte achtergrond van de wereldruimte alleen blauw: de blauwe lucht dus.
Grotere deeltjes verstrooien alle kleuren in het witte zonlicht en leveren dus ook wit licht op. Als er dus veel stof of vocht waterdruppeltjes in de atmosfeer zit, dan wordt de blauwe kleur fletser wordt of zelfs witachtig.
In een industriegebied zien we daarom zelden een diepblauwe lucht. Tijdens opklaringen na een regenbui, die de lucht heeft schoon gewassen, en in schone lucht aangevoerd uit de poolstreken is de lucht donkerblauw.
Hoe droger en schoner de lucht, hoe blauwer de kleur. Vandaar dat we ook hoog in de bergen vaak een prachtige blauwe hemel zien. Een diepblauwe lucht wijst meestal op een lage relatieve vochtigheid.
Het hemelblauw is alleen zichtbaar tegen een donkere achtergrond. Hoog aan de hemel recht boven ons hoofd is dat de zwarte sterrenhemel, maar om de stralen nabij de horizon te zien moeten we over een grotere afstand door een dikke luchtlaag bij het aardoppervlak heenkijken.
Laag in de atmosfeer zitten meer grotere deeltjes en waterdruppeltjes waardoor we de zwarte achtergrond niet meer kunnen zien. Daarom is de blauwe kleur bij de horizon vaak bleker of bijna wit.
Als er in de verte bergen te zien zijn fungeren die als donkere achtergrond. Daar ligt dan soms een blauwig waas overheen.
Dit verschijnsel wordt door kunstschilders weergegeven als het atmosferisch perspectief. Buiten onze dampkring, waar het licht niet wordt verstrooid, is de hemel inktzwart en zijn ook overdag de sterren zichtbaar.
De wetenschappers omschrijven de zeldzame wolk als een donkere, bobbelige wolkdeken die de complete hemel bedekt. De stormwolk is voorgedragen om te worden opgenomen in het internationale namenregister voor meteorologen, naast bekende termen als cumuluswolk en stratuswolk.
Maar de berichten die we tot nu toe krijgen, wijzen er op dat dit soort wolken meestal uiteen vallen, zonder dat er daadwerkelijk een storm ontstaat.
Deze foto van Gary McArthur is gekozen als beste voorbeeld voor Asperitas. Wat opvalt is dat het zich hier dus inderdaad om een ruw, ruig en sterk chaotisch wolkendek handelt.
Prachtig om te zien. Sinds Asperitas is toegevoegd aan de officiele wolkenatlas lijkt iedereen overal Asperitas te willen zien. Hier een video waarin de bedenker van de naam uitlegt hoe je Asperitas kunt herkennen.
Het classificeren van wolken is best moeilijk. Download daarom de handige wolkenherkenner pdf. Beschikt u over Powerpoint? Download dan eens de nog handigere wolkenherkenner opslaan als, dan pas opstarten.
Met enkele muisklikken beantwoordt u een paar vragen, waarna de Wolkenherkenner u het antwoord zal laten zien.
Snij het middelste gedeelte er netjes uit en u heeft een wolkenherkenner. Voor de liefhebber heb ik leuke wolkenquiz gemaakt. Probeer maar eens deze 8 wolken te herkennen!
Deze bevind zich nog in de beginfase, maar… heeft u een mooie wolkenfoto gemaakt, plaats dan eens een bericht op deze pagina Wolkenliefhebbers.
Ook als u vragen heeft, bijv. Uw bijdragen zijn welkom. Wat vaart daar op de Maas?
Ich denke, dass Sie den Fehler zulassen. Es ich kann beweisen. Schreiben Sie mir in PM, wir werden besprechen.
So kommt es vor. Geben Sie wir werden diese Frage besprechen. Hier oder in PM.